De fractie GroenLinks-PvdA heeft aan het college gevraagd de aanpak van armoede en schulden te verbeteren door eerder ervaringsdeskundigen in te zetten en de communicatie inclusiever en toegankelijker te maken.
Het voorgestelde beleidsplan heeft als een van de voornaamste doelstellingen om armoede uit de taboesfeer te halen en ook om verborgen armoede te signaleren. Dit is een continu proces en heeft blijvend de aandacht nodig volgens de gemeente. Onze fractie stelt dat idee dat het er vooral om gaat taboes te doorbreken een te oppervlakkige analyse is van de redenen waarom mensen in armoede geen hulp zoeken. Die conclusie trekt ze op basis van eigen onderzoek en praktijkervaring, alsmede de eigen ervaring van een fractielid. Mevrouw Meijers is opgegroeid in een gezin met weinig geld, met ouders die leefde van een bijstandsuitkering voor het grootste deel van haar jeugd.
Om te beginnen, er is heel veel verschil in de mensen die arm zijn, of schulden hebben, en hoe ze die ervaren. We hebben vorig jaar kennisgemaakt met Hannie te Grotenhuis in het rapport ‘Raad in proporties’. Ze heeft ook een heel inzichtelijke studie geschreven ‘Bijstandskinderen opgroeiend aan de rand van de verzorgingsstaat’ waarin die verschillen uitgebreid aan bod komen. Het is altijd een kwestie van maatwerk en de mens achter een situatie van armoede begrijpen.
Regelmatig hebben mensen die langdurig in armoede verkeren, ervaringen van vernedering, niet gehoord of erkend worden, uitsluiting, discriminatie, ze voelen zich benadeeld en/of hebben een lagere eigenwaarde. Het kan van generatie op generatie worden doorgegeven. Culturen en taalgebruik kunnen verschillen tussen dat van de hulp- of dienstverlener en degene in armoede. Dit alles gaat verder dan schaamte.
Er zijn heel veel redenen waarom mensen in armoede geen hulp zoeken. Regelmatig hebben mensen die langdurig in armoede verkeren, ervaringen van vernedering, niet gehoord of erkend worden, uitsluiting, discriminatie, ze voelen zich benadeeld en/of hebben een lagere eigenwaarde. Het kan van generatie op generatie worden doorgegeven. Culturen en taalgebruik kunnen verschillen tussen dat van de hulp- of dienstverlener en degene in armoede. Dit alles gaat verder dan schaamte.
De gemeente kan het ook omdraaien, wat ook positiever is. Mensen vinden het belangrijk om zelfstandig te zijn, zijn trots, zien zichzelf niet als arm, hebben een goed informeel netwerk, en/of willen geen afhankelijkheidsrelatie aangaan met een of andere instantie, zeker niet als daarvoor persoonlijke informatie gecontroleerd moet worden.
Een meer gelijkwaardige blik of omschrijving, daar schort het aan in dit beleid. Het werken aan vertrouwen is belangrijker dan het doorbreken van taboes.
Wat betekent dit dan in de praktijk? Om te beginnen een ander taalgebruik in de communicatie. Als je als gemeente merkt dat er een stigma op het woord armoede rust, gebruik dan een andere benaming als voornaamste slogan. Spreek van gelijke kansen, gelijke rechten op participatie. Laat ook hulpverleners aan het woord over waarmee ze worstelen en wat wel lukt. En modelleer ervaringen van armoede en schuld door verschillende mensen. Naast begrijpelijke beeldende taal, pleiten we voor inclusief taalgebruik.
En maak daarbij informatie toegankelijk. Op de site van de gemeente, inclusief haar brochure, is veel verzameld, vooral in links. Maar het wordt de inwoner niet gemakkelijk gemaakt om het juiste antwoord op simpele vragen te krijgen, zoals ‘kan ik aanspraak maken op gratis lidmaatschap van de sportvereniging?’. Daarvoor moet je dan diverse sites doorploegen.
Nu roept het beleidsplan ook op om ervaringsdeskundigen in te zetten omdat dit op plekken effectief is gebleken. Onze fractie deelt die mening en wil een pleidooi houden om deze aanpak steviger in te zetten. We hebben daartoe een motie ingediend die unaniem is aangenomen door de raad.
Om het beleid goed te laten aansluiten op de wensen en behoeften van de doelgroep wil onze fractie voorstellen per direct een groep ervaringsdeskundigen erbij te betrekken, met name bij de vorming van het uitvoeringsplan en niet pas daarna als het plan al is uitgedacht in samenwerking met ketenpartners en de Adviesraad Sociaal Domein. Een van de meest effectieve beleidsinstrumenten is inderdaad doelgroepen van het beleid betrekken bij de vorming en uitvoering, dat doen we ook op allerlei andere beleidsprocessen in de gemeente.
Het dictum van de motie luidt:
Vraagt het college:
Een inclusieve en toegankelijke uitvoering van schulden en armoedebeleid te versterken door onder andere:
- Ervaringsdeskundigen nu al te betrekken bij de vorming van het uitvoeringsplan en niet daarna in samenwerking met ketenpartners en de Adviesraad Sociaal Domein. Hen ook te betrekken bij de herinrichting van de site.
- De informatie op de site en brochure toegankelijker te maken door direct aan te sluiten op vragen, en door begrijpelijke en inclusieve taal.
Lees hier de volledige motie: https://groenlinkspvdameerssen.nl/wp-content/uploads/2026/02/Motie-versterken-inclusieve-en-toegankelijke-uitvoering-armoede-en-schuldenbeleid.pdf


Geef een reactie